9 of 9 people found the following review helpful:
5.0 out of 5 stars
Minority Silver of China, January 4, 2007
This review is from: The Art of Silver Jewellery: From the Minorities of China, The Golden Triangle, Mongolia and Tibet (Hardcover)
An excellent overview of the silver jewelry of the minority tribes of China, it also addresses clothing and textiles. The photos are superb, with some elements shown larger than actual size. This book would be of interest to both collectors and artisans. The items depicted are from the Rene van der Star Collection. That is the same collection showcased in the book Ethnic Jewellery from Africa, Asia and Pacific Islands. As with the latter book, a number of experts on ethnic jewelry contributed to the total effort, each writing in his particular area of expertise.
Help other customers find the most helpful reviews
Was this review helpful to you? Yes
No
0 of 1 people found the following review helpful:
5.0 out of 5 stars
dazzling minor beauties, September 11, 2010
This review is from: The Art of Silver Jewellery: From the Minorities of China, The Golden Triangle, Mongolia and Tibet (Hardcover)
Op nieuwjaarsdag 4703, 29 januari jongstleden volgens de westerse kalender, traden in een dynamische show op de Chinese staats-tv alle culturele minderheden weer aan. Gehuld in folkloristische kostuums dansten, zongen en tokkelden ze op hun excentrieke snaarinstrumenten. Anders dan vroeger worden de `minderheden' positief gediscrimineerd in China. Jongeren krijgen bijvoorbeeld voorrang bij universitaire studies en zie je dus niet meer in hun traditionele uitdossing; al dan niet op tv.
Op haar bevolking van 1,3 miljard telt China ruim 90 miljoen inwoners die geen Han-Chinees zijn. Ze behoren toe aan de shaozu minzu, de 55 etnische `nationaliteiten'. Ze leven verspreid over de noordelijke, westelijke en zuidelijke provincies. In de dertig jaar dat Rotterdammer René van der Star door deze regio's reisde, kocht hij sieraden van culturele minderheden. Hij bracht ze samen in een collectie die nu te zien is in de Kunsthal.
Door dit te doen behoedde hij ze -- naar eigen zeggen -- voor omsmelten of vernietiging. Onder invloed van de voortschrijdende ver-Han-Chinezing dreigen de inheemse ambachten immers in rap tempo te verdwijnen.
Al ver voor de westerse jaartelling verdreven Han-Chinezen de oorspronkelijk Miao-bewoners van hun vruchtbare akkers bij de Gele en Yangtze Rivier. De Miao -- nog steeds een `minderheid' van 12 miljoen -- en dik 2,5 miljoen Buyi zwermden uit naar het (zuid)westen, naar Hunan, naar de nevelige bergen van Guizhou en Sezechuan. Andere Miao en 112 miljoen Li zakten verder zuidwaarts af naar het subtropische eiland Hainan, waar sommigen zich in de bossen schuilhouden. Maar ook de minderheden zelf verversten geregeld hun akkers. Als echte nomaden schoven ze op naar de Gouden Driehoek waar ze als Karen, Akha, Yi, Yao of Hmong tot in Noord-Vietnam, een Tibetaans-Chinese minderheid vormen. Niet iedereen trof het: zo'n tienduizend Yao-Chinezen verblijven momenteel in Laotiaanse vluchtelingenkampen. Anderen, zoals de Hmong, werden door hun opiumteelt de speelbal van lokale overheden of westerse drugshandelaren.
Toch is het puur - visueel -- toeval dat de Hmong-pubers met hun zilveren colliers, waaraan een flinke trits ringen bungelt, de blingbling van Amerikaanse gangsta-rappers naar de kroon steken. Maar nergens anders dan in Guizhou zie je Miao-vrouwen die hun kapsels om een enorme buffelhoorn op hun hoofd wikkelen.
Als landverhuizers behielden de minderheden hun eigen cultuur door hun ambachtskunsten te blijven beoefenen. Hun vakkennis danken ze -- net als het zilver -- hoogstwaarschijnlijk aan het handelsverkeer via de Zijderoute en India. China zelf beschikt namelijk amper over zilvermijnen en ruilde daarom zijde tegen het edelmetaal. Zilver behield generaties lang zijn waarde als familiekaptitaal. Dorpen en sociale klassen overtroeven elkaar door opschik en opsmuk. Wie rijk is torst kilo's puur zilver mee over rijkgeborduurde, indigoblauwe jakken. Minder vermogenden moeten het doen met alpaca, een verzilverde legering van nikkel, koper of zink.
De meeste sieraden worden door vrouwen gedragen en hebben een persoonlijk, symbolisch karakter met gegraveerde versieringen van draken, vlinders, feniksen, vissen of bloemen. Vergeleken met het vaak pontificaal uitgevoerde smeedwerk zijn de borduursels, nu ook te zien het Weverijmuseum, veel fijner. Elegante meisjesvingers vergunnen zich blijkbaar veel meer creatieve vrijheden dan op zilver hamerende mannenknuisten.
Veel zijden borduursels en applicaties zijn duizelingwekkende staaltjes van geometrische kunst. In een enkel geval, bij de Hani bijvoorbeeld, bestaat de hoofdtooi uit zilver én textiel.
Mongoolse en Tibetaanse sieraden neigen meer naar boeddhistische of animistische invloeden. Ze zijn van een technisch beduidend hoger niveau, mede door de toevoeging van emaille, been, koraal (!) en edelstenen. Onder de topstukken in de expositie bevinden zich een rijk geornamenteerde bruidstooi van de Yi, en op de rug gedragen achttienhoekige gewichtjes voor mannenjakken.
Ook de dominante Han hebben overigens een sieraadtraditie. Maar die beperkt zich tot hier niet getoonde minimale, vaak licht trillende hoofdsieraden van keizers, bekend uit Peking-opera's.
Tijdens de Culturele Revolutie (1966-76) was alle luxe en het sieradenmaken verboden. Bestaande familiesieraden werden begraven, geborduurde feestkleding diep weggeborgen. Welvarende edelsmeden werden nederig sappelende boeren. Na de liberalisatie keerden de tradities weliswaar terug, maar tv en dvd-speler smoorden vaak de aandrang om nog avondenlang te zitten edelsmeden of borduren.
In die nadagen, rond 1976, trof verzamelaar Van der Star tijdens zijn eerste reizen veel zilveren familiesieraden aan in winkeltjes. De kinderen van de dragers hadden ze verkocht omdat volgens het bijgeloof zilveren sieraden altijd een bepaald persoon beschermen. Overlijdt deze dan zullen hun familieleden -- laat staan `vreemden' - het sieraad nooit aan of opdoen. Vroeger smolt een edelsmid het zilver dan om en maakte er nieuwe, vergelijkbare sieraden van. Maar volgens Van der Star sloeg eind jaren zeventig de interesse voor de eigen cultuur een generatie over. Jongeren verkochten het familiezilver om een bromfiets of jeans te kopen.
Hoewel je bij de uitvoer van dit -- weliswaar niet uitgesproken unieke en nog niet antieke -- cultuurgoed morele vraagtekens kunt zetten, lijken de sieraden bij Van der Star in zorgzame handen. Zeker voor zolang in China de serieuze kunsthistorische waardering uitblijft en lokale volkenkundige musea ontbreken. Anders dan in Zuid-Korea en Japan kent China geen streng gedefinieerde Nationale Kunstschat, waarmee men verdwijnende culturele tradities èn hun beoefenaren door subsidies veilig stelt. Chinese minderheden proberen aan hun armoedige levensomstandigheden te ontkomen door nu hun leefwijze als droevig stemmend circuskunstje in toeristisch-folkloristische staatsthemaparken op te voeren.
Dit studieuze prachtboek bewijst dat dit Chinese etnografische erfgoed een beter lot verdient.
Help other customers find the most helpful reviews
Was this review helpful to you? Yes
No