21 of 21 people found the following review helpful:
5.0 out of 5 stars
A Colorful look at California Pottery, September 6, 2001
This review is from: California Pottery: From Missions to Modernism (Hardcover)
This colorful and enjoyable book makes a strong case for the importance of California's commercial potteries in drawing on the state's unique cultural heritage to introduce dramatic new colors and styles to the United States. The book is easy to read and filled with interesting facts, with beautiful color photos on almost every page. I was fascinated by pictures of pottery from the 30's, side-by-side with the handmade folk pottery on which the designs werte based. This is a must for any serious pottery collector! Note that the book parallels an exhibition at the San Francisco Museum of Modern Art. The author, Bill Stern, was the curator for that exhbition.
Help other customers find the most helpful reviews
Was this review helpful to you? Yes
No
1 of 2 people found the following review helpful:
4.0 out of 5 stars
colorful functionalism with a twist, September 12, 2010
Aan felgekleurd servies waagde het gemiddelde Nederlandse huishouden zich lang niet. Waarschijnlijk omdat het voedsel of de koffie en thee er daarin minder smakelijk uitzien.
Pas sinds IKEA ligt dat anders.
Eerder, tussen 1920 en 1945, maakten in Californië kleine keramiekfabrieken al kleurig gebruiksgoed. Tot het verschijnen van dit boekje werd deze California Pottery nooit op kunsthistorische waarde geschat. Probleem is dat vaak alleen de fabriekjes en niet de ontwerpers zijn te achterhalen.
Aanvankelijk kocht men ook in de VS (Amerikaanse) imitaties van klassiek serviesgoed, maar die werden in de Crisisjaren te duur. Men kreeg oog voor de eigen keramische traditie in het zuiden, ook omdat dit massa-gebruiksgoed goedkoop was.
De combinatie lage prijs, vrolijke kleuren en de magische klank van sunny California bleek elders in de VS een commerciële suksesformule.
Net als in andere Amerikaanse sub-culturele stromingen, ontwikkelde het Califonisch gebruiksgoed zich uit onverwachte stijlvermengingen. De eerste keramisten waren 18e eeuwse Spaanse, Rooms-Katholieke missionarissen in hun geïsioleerde missieposten.
Bij de Mission de Alcalá, nu in San Diego, trof men de oudste keramische vondsten aan, vermoedelijk uit 1769. De priesters van Alcalá brachten hun traditie uit Spanje mee, inclusief de Moorse, geometrische decoraties en sterke kleuren.
Dezelfde traditie schoot ook wortel in Mexico. Toen rond 1920 de eerste Mexicaanse "gastarbeiders" in (Alta) California kwamen, voegden de twee Hispano-invloeden zich samen. De keramiekindustrie maakte toen nog basale gebruikskeramiek of keramische tegels voor de bouw. Voor modernistische Amerikaanse architectuur - Californisch-Moorse Art Deco, Miami Zigzag en New York Art Deco-varianten - gebruikte men dergelijke glazuur-tegels ter bekleding van de gevels en de daklijsten. Later inspireerden deze architectuurvormen ook tot gebruiksgoed.
Bedrijven die eerst dakpannen en keramiek voor in de tuin maakte, ontdekten in 1930 de consumentenmarkt. Vernon Kills begon het eerst met brutaal oranje, gele, groene en blauwe borden. Bij de uitgesproken kleur pasten de kloeke, ongedecoreerde vormen van het Modernisme. Ribbels, hoekige oren, vloeiende vormen fungeerden als spannende accenten.
Ook kwamen er strakke herinterpretaties van ridderbokalen of Mexicaanse ovalen schalen en waterkannen. Zelfs de karakteristieke emaille cowboy-koffiekan kreeg een (felgele) keramische pendant. Ronduit Bauhaus (maar dan niet in deze rijke kleurstelling) is een module-achtige serie uit 1936, met vierkante schotels, rond in het midden.
Andere series hadden toch weer decoraties: Moorse ornamenten en - onvermijdelijk - de toen modiueuze, romantische Wild West tafereeltjes. Met ondersteboven geplaatste oren als toevoeging. In 1938 verschenen de eerste Disney merchandise-producten: op serviesgoed.
Na de 2e Wereloedoorlog zakte de Californische keramiek-industrie in. Auteur Bill Stern, directeur van het Museum of Calfornia Design in Los Angeles, wijt dit aan de goedkopere keramiek uit Japan. Hij vergeet zo de opkomst van de snel geaccepteerde kunststof en ook de minder formele lifestyle van de Amerikanen. Zijn luchtige boekje besluit met een mooie anecdote. Een 70-jarige vrouw, Barbara Wills kwam in 1995 op een vlooienmarkt haar eigen vaas tegen. "Die heb ik op mijn 23e gemaakt." Vervolgens pakte de keramiste, bijna dertig jaar na het sluiten van haar fabriekje, vol enthousiasme haar oude vak weer op.
[published in ITEMS designmagazine]
Help other customers find the most helpful reviews
Was this review helpful to you? Yes
No